Schrijfster Yelena Schmitz sliep 4 dagen in de abdij van La Trappe in Tilburg. Achter de brouwerij ligt een bos en een ven waar ze kastanjes raapt en gaat schrijven. Het is er stil.

Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven. Zo heet de abdij. In het hart van Brabant. Daar wordt La Trappe gebrouwen, naar de onovertroffen traditie van de Trappisten. La Trappe werkte deze zomer mee aan Inc.: een unieke samenwerking tussen bedrijven en schrijvers. Er werd wel één voorwaarde gesteld: Open je deuren en geef de schrijver de vrijheid om te schrijven wat ze maar willen.

"Er is hier geen nieuws, geen internet, geen buitenwereld"

Fragment: Kiem

Voor de poort van de abdij lag een kratje met doeken. Daarin lag een baby, zo blank als een pit, met een hazenlip. Het was nog donker toen hij daar was neergelegd. De broeders merkten het op voor het eerste gebed. Ze hadden niet lang getwijfeld en namen het kind mee naar binnen. Al snel werd hij gedoopt. Ze noemden hem Gabriël.

De jongen groeide op binnen de muren van het klooster. Hij zette zijn eerste stapjes in de lange wandelgang op de westvleugel. Uren kon hij zitten kijken in de kapel. Broeder Marcus leerde hem de letters en de cijfers. Hij kon niet goed lezen en het duurde lang voor hij de gebeden op de juiste toon kon zingen. Het leek alsof er achter in zijn keel iets vastzat, iets dat schraapte.

Er waren ontzettend veel dingen die hij moest leren aanvoelen. Wanneer het tijd was om te bidden aan tafel, wanneer hij na het eten op mocht staan zonder dat het ongepast was, wanneer hij mocht kuchen tijdens het gebed, en of je nu wel of niet gezondheid mocht zeggen tegen de broeder naast je. Een keer liet hij de hostie op zijn tong smelten voordat de anderen het deden. De abt keek hem strak aan.

De kerkklokken leerden hem de tijd te lezen. Hij hield er van de dag in parten op te delen zoals een mandarijn. Ieder deeltje stopte hij even bewust in zijn mond.

De eerste zes dagen van de week hielp Gabriël met het bakken van brood en het brouwen van bier. Hij was zo tenger dat hij in de silo kon kruipen om hem binnen op te blinken.

Op de zevende dag ging hij vaak kastanjes rapen in het bos achter het klooster. Dan neuriede hij psalmen en raakte hij de bladeren aan met de toppen van zijn vingers. Hij keek de lucht in en prevelde iets aan God. Gabriël hield zo veel van God dat hij steekjes voelde in zijn hart.

Toen hij twaalf werd mocht hij voor de eerste keer in zijn leven de kaarsen aansteken voor de eucharistieviering. Hij nam een lucifer uit het doosje dat broeder Petrus hem had gegeven en streek hem aan. Met zijn ogen dicht liet hij de kaars branden. Het rook lekker, naar was en wierook. Hij hield zijn neus zo dicht bij het vuur, dat een haarlok de vlam aanraakte en begon te branden. Toch had hij niet geschreeuwd of was hij niet gaan rennen. Hij stond aan de grond genageld en zag zijn blonde haartjes in zwarte plukken op de grond vallen.

‘Broeder?’ stamelde hij. ‘Broeder Marcus?’

Marcus had de jongen in het achterkamertje met zijn hoofd in een bakje wijwater geduwd. Gabriël werd misselijk toen hij zijn schedel aanraakte en de korte haartjes voelde achter, onder zijn kruin. Hij zag eruit als een gevallen engel. De broeders hadden er gelukkig weinig over gezegd bij het middageten. Hij had enkel ’s avonds, toen ze bier dronken met elkaar, gehoord dat ze het over hem en de Heilige Geest hadden.

Gabriël schaamde zich bij de gedachte dat hij weleens de Heilige Geest zou kunnen zijn. Dat was iets wat je helemaal niet mocht denken. Hoogmoed. In de bibliotheek zocht hij in encyclopedieën en zangboeken op wat de Heilige Geest allemaal had verricht. Er was geen één portret.

God was overal. Gabriël had hem al van kleins af aan in zijn hoofd geschetst. Het was een oude, lieve man die de mensen met een zachte stem vanuit de hemel toesprak. Zijn witte baard leek op een grote wolk. Van Jezus had hij veel prenten gevonden. Zijn ogen waren triest toen hij aan het kruis werd genageld. De doornenkroon prikte in zijn krullen.

Op de Heilige Geest kon hij maar geen gezicht plakken. Hij vond alleen een tekening van een fel licht in de verte. Of van een rivier. De Heilige Geest was als water. Hij kon zo veel gedaantes aannemen dat hij wel onzichtbaar leek. Misschien had de Heilige Geest wel een hazenlip. Was hij een wees met een hazenlip, net als hij.

Yelena Schmitz-c-Marianne Hommersom-16x24cm-300dpi
Schrijver en podcastmaker

Yelena Schmitz

Ze volgt de opleiding Woordkunst. Aan het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen. Yelena Schmitz (1996) schrijft en publiceert in literaire tijdschriften. Met het collectief ZINK. En zonder. Als podcastmaker wint ze de Korte Golf Radioprijs. Ze krijgt de Nieuwe Types Prijs: het beste afstudeerstuk van een NL-talige schrijfopleiding. Ze ging naar Parijs voor de schrijfresidentie van deBuren. En nu? Woordkunst in uitvoering.

Auteur
Yelena Schmitz
Publicatie jaar
2018
Doel
Tilt Inc.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de Tilt nieuwsbrief en blijf op de hoogte van Tilt events of lees prachtige verhalen van onze Tilt schrijvers op locatie.